Artikel 30 september 2021

Werk 2.0 (en drie uitdagingen)

Stilaan komen we tot het besef dat het kantoor zoals we dat tot begin 2020 kenden, niet meer terugkeert. Een baan is tegenwoordig een aaneenschakeling van taken die niet altijd gebonden is aan een plaats of tijd. Het concept van ‘werk’ heeft een welverdiende facelift gehad: hier is Werk 2.0.

Spoelen we de tijd een jaartje terug, dan gingen de gesprekken met collega’s aan het koffietoestel – die ervan dromen om minder te moeten pendelen – over een werkpatroon vinden dat bij hun leven paste en niet wordt gedicteerd door ‘de noodzaak om al werkend gezien te worden’. Voor organisaties was thuiswerken iets dat het personeel ‘verdiende’. De organisatie ‘stond toe’ dat werknemers buiten de kantoormuren werkten. Het was als het ware een gunst. Maar toen kwam de pandemie en werd thuiswerken verplicht.

Over het algemeen is deze verandering een succes geworden. Succesvol buiten de hoofdkantoren kunnen werken, werd werkelijkheid. De hybride aanpak om werknemers toe te laten van overal te werken, wint nu terrein.  

Maar nu we overgaan van it-oplossingen op korte termijn (om thuiswerk snel mogelijk te maken) naar oplossingen voor langere termijn, moeten diezelfde teams de capaciteiten opbouwen om een meer permanent gedistribueerd, ‘overal werken’ model te ondersteunen. Overgaan naar de volgende fase betekent uitzoeken hoe werk er echt uit kan zien – van overal werken – en welke uitdagingen dat voor it-teams met zich meebrengt. Investeringen in technologie hebben grotendeels het ‘klassieke’ werkmodel gevolgd: eerst het kantoor en dan pas vanop afstand werken op de tweede of derde plek. In een gedistribueerd werkmodel moet digital-first de leidraad zijn.

Lees het volledige artikel op computable.nl

Ook interessant